Het Rubenshuis is een kluwen van functies midden in de stad. Was dat geen complexe opdracht?
Paul Robbrecht: "Absoluut. Toen Rubens hier kwam wonen, was de Wapper nog een soort grensgebied tussen Antwerpen en ‘de buiten’. De stad werd alsmaar groter en bepaalt vandaag grotendeels wat je ziet. Het landschap moet je je nu inbeelden. Maar het hele complex rond het huis van Rubens was – samen met het Kolveniershof – toen al een wereld op zich. Met veel artistieke vibes, maar ook met sterke familiebanden en hechte vriendschappen. Rubens’ moeder woonde ook vlakbij. Ondanks de vele verbouwingen zitten die herinneringen nog steeds in de gebouwen. Wij voegden daar een historische laag aan toe met een constructie van nu. Zo schrijven we verder aan het verhaal. Met veel respect voor het verleden, maar tegelijk overtuigd dat het bijna noodzakelijk is om in een stad iets van je eigen tijd te brengen. Zelfs in een historisch waardevolle omgeving zoals die van het Rubenshuis. Sterker nog: het zou een leugen zijn om terug te gaan in de tijd.
Vergeet niet: Rubens was een moderne architect en hij zou vandaag wellicht denken zoals wij. Wat hij toen neerzette, was voor die tijd eigenlijk even grensverleggend. Hij introduceerde een nieuwe vorm van architectuur. Al mag je het toenmalige Antwerpen niet onderschatten. Door de haven was de stad verbonden met de hele wereld en figuren als Plantijn drukten hun stempel. Het was een metropool die openstond voor nieuwe dingen. Net als vandaag. Daarom durfden we het aan om al vanaf de straatzijde een heel duidelijk signaal te geven: hier stap je een andere wereld binnen. Vanuit het commerciële hart recht naar dat van de grote kunstenaar. Iets compleet anders, dat meer concentratie en een scherpere blik vereist dan de winkels in de buurt."